• WHOA aangekomen door Eerste Kamer

WHOA aangekomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft op 6 oktober 2020 de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) aangenomen.

Eerder informeerden wij u al over de invoering van nieuwe wetgeving die herstructurering van in liquiditeitsproblemen verkerende vennootschappen moet vergemakkelijken. Dit betreft de zogenaamde Wet Homologatie Onderhands Akkoord (afgekort: WHOA). Op 6 oktober is deze wet in de Eerste Kamer aangenomen. Waarschijnlijk zal de wet al op zeer korte termijn – mogelijk zelfs al op 1 november 2020 – in werking treden. Daarom lijkt het ons goed de doelen en kernelementen van deze wet voor u nog eens op een rij te zetten. 

Doel WHOA
De WHOA heeft een tweeledig doel. Het primaire doel is om het reorganiserend vermogen van ondernemingen te versterken. De WHOA ziet met name op ondernemingen, die vanwege een te zware schuldenlast insolvent dreigen te raken maar die beschikken over bedrijfsactiviteiten, die nog wel levensvatbaar zijn. Zoveel mogelijk waarde kan dan worden behouden door de onderneming buiten een formele insolventieprocedure (zoals het faillissement of de surséance van betaling) te herstructureren. Hierdoor kunnen schuldeisers een hogere uitkering op hun vorderingen ontvangen dan in faillissement. Ook andere belanghebbenden (bijvoorbeeld de aandeelhouders) kunnen er belang bij hebben dat de onderneming niet in een insolventieprocedure betrokken raakt. 

Het tweede doel ziet op de onderneming, die géén overlevingskansen meer heeft, maar door middel van het bereiken van een gehomologeerd akkoord wordt afgewikkeld. Het gaat dan om een gecontroleerde afwikkeling van de bedrijfsvoering door middel van een akkoord buiten faillissement, waarmee een beter resultaat bereikt kan worden dan met een afwikkeling in faillissement. 

Kern van de WHOA
Kern van de regeling is dat: 

  • een schuldenaar bij dreigende insolventie (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een ondernemer voorziet dat hij een lening die over bijvoorbeeld één jaar vervalt, niet zal kunnen terugbetalen); 
  • een akkoord aanbiedt aan (een gedeelte van) zijn schuldeisers en aandeelhouders; 
  • dat akkoord beoogt hun rechten te wijzigen en 
  • een rechter kan dat akkoord goedkeuren (homologeren) als aan bepaalde criteria is voldaan. 
  • Na zo’n homologatie zijn ook tegenstemmende schuldeisers aan het akkoord gebonden. Dwarsliggers kunnen zo buiten spel worden gezet en dat is een vooruitgang ten opzichte van de huidige wetgeving.

Daarbij geldt dat het akkoord alleen in aanmerking kan komen voor homologatie door de rechter als:

  1. er in ieder geval één categorie van de betrokken schuldeisers of aandeelhouders is die het akkoord met de vereiste meerderheid steunt, en 
  2. het akkoord een herstructureringsvoorstel omvat dat redelijk is ten opzichte van de betrokken schuldeisers en aandeelhouders.

Dit laatste betekent in ieder geval dat:

  1. de schuldeisers en aandeelhouders op basis van het akkoord niet in een aanmerkelijk slechtere positie mogen komen te verkeren dan in faillissement; én
  2. de waarde die met het akkoord kan worden gerealiseerd (dat wil zeggen de ''going concern'' waarde of reorganisatiewaarde van de betrokken onderneming) eerlijk onder de schuldeisers en aandeelhouders moet zijn verdeeld. 

Hier komt het belang van waarderingen om de hoek kijken en zullen waarderingsdeskundigen (o.a. accountants) van toegevoegde waarde zijn. Immers, de inhoud van het akkoord wordt dus met name bepaald door de waardering die aan het akkoord ten grondslag ligt. Uit die waardering moet allereerst blijken welke waarden verschillende klassen van schuldeisers onder het akkoord zullen ontvangen. Daarnaast maakt de waardering inzichtelijk welke waarde die schuldeisers in een faillissementssituatie zouden ontvangen, zodat de schuldeisers kunnen bepalen of zij onder het akkoord beter af zullen zijn. 

Tot slot
In theorie is het formele traject binnen korte tijd, dat wil zeggen binnen een termijn van drie tot vijf weken, te voltooien. Deze snelheid zou een belangrijke kracht van de procedure kunnen worden. Anderzijds is het de vraag of de praktijk vaak niet weerbarstiger is, waardoor een langere (ook financiële) adem noodzakelijk is. De WHOA is in ieder geval nu een feit en de praktijk zal ons leren of dit instrument het reorganiserend vermogen van ondernemingen daadwerkelijk vergroot en toenemende faillissementen (ook in deze Coronacrisis) kan voorkomen. Indien u vragen heeft over dit reorganisatiemiddel zijn wij graag bereid om u hierover bij te praten!