• Het bestuursverbod

Het bestuursverbod

De wetgever probeert een halt toe de roepen aan malafide praktijken van bestuurders. Om faillissementsfraude of wanbestuur in de aanloop naar het faillissement tegen te gaan, heeft de wetgever het per 1 juli 2016 mogelijk gemaakt om een bestuursverbod aan een bestuurder op te leggen. Wat houdt dit bestuursverbod in?

Als een rechter een bestuursverbod uitspreekt, kan deze bestuurder tot (maximaal) vijf jaar na de uitspraak niet tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon worden benoemd. Ook verliest de bestuurder dan zijn huidige functie als bestuurder. Het bestuursverbod kan tevens worden opgelegd aan ex-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers van een rechtspersoon. Het bestuursverbod wordt ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zodat het voor iedereen duidelijk is dat deze persoon niet meer tot bestuurder of commissaris kan worden benoemd. Nadat het bestuursverbod is opgeheven, wordt deze vermelding ook uit het handelsregister verwijderd, zodat een bestuurder niet tot in de lengte der dagen wordt achtervolgd door deze registratie.

Een bestuursverbod opleggen heeft een grote impact op de positie van een bestuurder. Daarom kan slechts in de volgende gevallen een bestuursverbod worden opgelegd:

  1. Als een rechter geeft geoordeeld dat de bestuurder zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement van de vennootschap is;
  2. Als de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en dat die rechtshandelingen door een rechter (op grond van een van de faillissementspauliana’s) is vernietigd;
  3. Als een bestuurder de curator niet (of volstrekt niet voldoende) informeert of niet (of volstrekt niet voldoende) meewerkt;
  4. Als de bestuurder al tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft;
  5. Als aan de rechtspersoon of de bestuurder een boete is opgelegd wegens onder andere het onjuist of onvolledig doen van een belastingaangifte of (door opzet of grove schuld) niet (tijdig) betalen van de belastingaanslagen.

Alleen een curator of het openbaar Ministerie kunnen de rechtbank vragen een bestuursverbod op te leggen. Schuldeisers hebben die mogelijkheid niet. Wel kunnen schuldeisers informatie over de malafide praktijken van de bestuurder aan de curator geven, die op zijn beurt moet beoordelen of deze informatie voldoende is om een bestuursverbod te vorderen. Op die manier kunnen schuldeisers toch invloed uitoefenen.