• Zorgplicht van de assurantietussenpersoon

Zorgplicht van de assurantietussenpersoon

Hoe actief moet een assurantietussenpersoon zich opstellen naar een verzekerde?

Onlangs heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de zorgplicht van een assurantie tussenpersoon. De Rabobank fungeerde als assurantietussenpersoon. De verzekeraar was Interpolis, die gelieerd is aan de Rabobank. Verder was het zo dat de verzekerde ook bankierde bij de Rabobank.

Verzekerde had een opstalverzekering afgesloten voor een bedrijfspand in aanbouw. De polis bevatte een leegstandsclausule welk inhield dat zodra het gebouw in gebruik genomen werd dit gemeld moest worden bij Interpolis.

Het pand wordt in gebruik genomen en na een paar jaar breekt er brand uit. Interpolis als verzekeraar weigert de schade te vergoeden omdat er geen melding gemaakt was van ingebruikname en beroept zich dus op schending van de verplichtingen uit hoofde van de leegstandsclausule.

In de procedure bij de rechter stelt de verzekerde dat Interpolis zelf navraag had moeten doen met betrekking tot de ingebruikname almede dat de Rabobank ,die inzicht had als bankier en assurantietussenpersoon in de activiteiten van de verzekerde, de ingebruikname van het bedrijfspand bij de verzekeraar had moeten melden in het kader van de op haar rustende zorgplicht. De bank stelt dat haar niks bekend was van ingebruikname.

Het hof oordeelde dat een assurantie tussenpersoon tijdig zijn klant moet attenderen op verplichtingen uit hoofde van de polis en dat als de tussenpersoon onvoldoende zicht heeft op de activiteiten van een verzekerde de tussenpersoon dan zelf daarnaar actief moet informeren. Het hof was van oordeel dat de Rabobank daar in te kort was geschoten en derhalve aansprakelijk was voor de brandschade. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uit het bovenstaande blijkt dus dat een assurantietussenpersoon niet zomaar kan achter overleunen en alle initiatief bij een verzekerde kan neerleggen. Ook blijkt uit de uitspraak dat indien een verzekerde bij een bank niet alleen bankiert maar ook via de bank verzekeringen heeft afgesloten de kennis welke zij als bank van haar klant heeft een rol kan spelen met betrekking tot hetgeen van de bank als assurantietussenpersoon verwacht kan en mag worden.