• Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

De beste manier om een geheim geheim te houden, is door het geheim aan niemand te verklappen. Maar bij bedrijfsgeheimen is dat niet altijd mogelijk; personeel of partners moeten ervan weten om ermee aan de slag te kunnen. Wettelijke bescherming van bedrijfsgeheimen is dus welkom. En die is er sinds kort.

Een veelgebruikt en (nog steeds) belangrijk middel om bedrijfsgeheimen te beschermen zijn geheimhoudingsovereenkomsten en non-concurrentiebedingen. In combinatie met het algemene leerstuk van de onrechtmatige daad, kon de houder van een bedrijfsgeheim zijn belangen tot op zekere hoogte adequaat beschermen. Ideaal was zijn positie echter niet, omdat er geen eenduidige criteria waren om te bepalen wat een bedrijfsheim is, wanneer er inbreuk op wordt gemaakt en van wat de rechten van de houder van het bedrijfsgeheim zijn. De op een Europese Richtlijn gebaseerde Wet bescherming bedrijfsgeheimen brengt die criteria nu aan.

Volgens de wet is een beschermd bedrijfsgeheim know how of bedrijfsinformatie die:
-    geheim is;
-    waardevol is, omdat het geheim is; en
-    onderworpen is aan redelijke beschermingsmaatregelen om geheim te blijven.

De wet bepaalt dat het verkrijgen, openbaar maken en het gebruiken van een bedrijfsgeheim in bepaalde omstandigheden onrechtmatig is. Het verkrijgen is onrechtmatig als iemand het zich het eigen maakt, zonder daartoe bevoegd te zijn, of op een manier die strijdig is met eerlijke handelspraktijken. Het gebruiken of openbaarmaken is onrechtmatig als dat gebeurt door iemand die het onrechtmatig heeft verkregen of door iemand die een overeenkomst of andere verplichting heeft geschonden op grond waarvan het die persoon verboden was het bedrijfsgeheim te gebruiken of openbaar te maken. Verder is het produceren, aanbieden of in de handel brengen van inbreukmakende goederen onrechtmatig. Dat zijn producten die op een bepaalde manier profijt hebben gehad van een onrechtmatig verkregen bedrijfsgeheim. 

De wet kent aan de rechtmatige houder van het bedrijfsgeheim een aantal bijzondere handhavingsrechten toe. Zo kan in kort geding een verbod op het gebruik of openbaarmaking van het bedrijfsgeheim of een verbod op het verhandelen van inbreukmakende goederen worden gevorderd. In een bodemprocedure kan aanvullend (onder andere) worden gevorderd dat inbreukmakende goederen worden teruggeroepen van de markt, worden ontdaan van hun inbreukmakende hoedanigheid of worden vernietigd. Naast deze bijzondere handhavingsactie kunnen ook de gebruikelijke acties worden ingesteld, zoals het vorderen van schadevergoeding.

Met de Wet bescherming bedrijfsgeheimen worden dus de rechten van de houder van een bedrijfsgeheim uitgebreid, uniform bepaald en conform de Europese Richtlijn EU-breed toegepast. Dit verhoogt de voorspelbaarheid van de uitkomst van een handhavingsactie en verstrekt daarmee de juridische positie van de houder van het bedrijfsgeheim.